HTM

140 Jaar Haagse tram:

100 Jaar electrisch.

Door Joop Peeters.

De eerste tram in Nederland, begrijpelijk een paardentram, reed op 25 juni 1864. Het was een geregelde dienst tussen Den Haag en Scheveningen. Opvallend voor de Haagse tram is dat vanaf de start de gemeentegrenzen overreden werden. Daar is in die 140 jaar geen verandering in gekomen en wanneer de directie van de Haagse tram alle plannen kan uitvoeren, dan is de HTM binnen 10 jaar een van de grootste trambedrijven in Nederland.

Als opwarmertje naar de opening van de tramtunnel en het 100 jarige feest van de electrische schreef ik een aantal weken in het Haags Nieuwsblad overt de boeiende geschiedenis van de Haagse gemeentetram. Stadstram is geen juiste benaming, want Den Haag heeft geen officiele stadsrechten. Napoleon verleende wel Den Haag stadsrechten, maar daartoe was hij niet bevoegd.

De plannen voor de lijn Den Haag-Scheveningen werden al bij de Haagse gemeenteraad ingediend in 1848 door de ’peetvader’ van de Nederlande tramwegen, Cornelis Soeters, geboren in 1800 te Klundert en in die tijd woonachtig in Amsterdam. Hij diende een plan in voor een zogenoemd asfaltspoor, waarbij tussen de rails een laag asfalt gelegd werd voor het gemak van de paarden en het behoud van het railmateriaal. De gemeenteraad besloot in 1863 in zee te gaan met de Engelse ingenieurs N.D. en E.E. Goldsmith en verleende een vergunning voor een paardenspoorweg tussen Den Haag en Scheveningen aan The Holland Tramway Compagny. Engeland is de bakermat van het vervoer per rail.. De onderneming stuurde naar kapitaalkrachtige mensen een folder in de Engelse taal, waarin beschreven werd dat een lijn van Den Haag naar ’the fashionable watering-place of Scheveningen (the Brighton of Holland), zeer winstgevend zou zijn. Het benodigde startkapitaal, ongeveer F. 130.000,-- werd bijeen gebracht en na een officiele proefrit op 23 juni 1864 werd twee dagen daarna de lijn voor het publiek geopend. Het publiek kwam helaas niet in massa de tram in, want kijken kostte niets, maar meerijden veel geld. Voor een enkele reis 1ste klasse moest 30 cts betaald worden en voor een retour 50 cts. Dat waren prijzen waarvan de gewone burger alleen maar kon dromen en zo stonden er in de beginperiode heel veel Hagenaars langs de baan, wanneer de tram voorbij kwam en helaas ook vele malen ontspoorde. Na die ontsporingen werd de tram weer snel in de rail gezet, want vele kijkers wilden wel een centje verdienen met een beetje tilwerk.

De dienst Den Haag-Scheveningen werd gereden langs Parkstraat, Sophialaan, Zeestraat, Oude Scheveningse weg, Keizerstraat en Wassenaarseweg naar het Badhuis (Kurhaus). In de ochtend kon men twee keer naar Scheveningen, in de middag één keer, in de avond zes keer. Van Scheveningen naar Den Haag in de ochtend drie keer, in de middag en in de avond vijf keer. De Haagse straatjongens zongen het volgende liedje: ’Komt jongens ga opzij, Daar komt de tram voorbij, Hij rijdt in twee kwartier, Van Scheveningen naar hier.’

De verwachte toeloop direct na de start bleef uit. De gegoede burgerij verplaatste zich met eigen koetsen of huurde een koets. Gelukkig voor de tram ging de natuur een beetje helpen. In het Badhuis in Scheveningen werd een kostelijk diner gegeven eind augustus. De gasten gingen er heen in zomerse kledij, maar er brak een noodweer los en iedereen zocht onderdak, ook de koetsiers met hun koetsen. Op het Plein voor het Badhuis stonden alleen nog drie paardentrams en bij gebrek aan ander vervoer werden de gasten in hun luchtige kleding droog naar Den Haag vervoerd. Dat was de beste reclame voor de tram, die denkbaar was.

‘s-Gravenhage had dan de eer de eerste tram in Nederland te zien rijden, maar kreeg ook de tweede tramlijn, natuurlijk ook weer een paardentram en interlokaal, namelijk naar Delft.