HTM-9
Tramstad bij uitstek:
Verbanning van de tram naar de ondergrond.
Door Joop Peeters.
Den Haag is de Nederlandse tramstad bij uitstek. Daar reed de eerste
paardentram en de eerste stoomtram en ook na de Tweede Wereldoorlog was Den
Haag één van de drie grote Nederlandse steden, die de tram als hét openbaar
vervoersmiddel bleef koesteren. Zo rond de zestiger jaren van de vorige eeuw
werd vrijwel overal het openbaar vervoer verdrongen door het particuliere
vervoer. De tijd van de 19e eeuw kwam weer terug. In die tijd had ieder
welgesteld gezin een eigen koets en wie het even kon betalen die huurde een
koets, waardoor de paardentram het vervoer werd voor de gewone man. Die
geschiedenis herhaalde zich in de tweede helft van de vorige eeuw. Bij de
uitzet voor een gezin ging ook de aanschaf van een auto behoren. Thans zuchten
we allemaal onder onze welvaartsproblemen op het terrein van het verplaatsen.
De wegen zijn overvol en dat wreekt zich vooral in de grote binnensteden.
’t Haagje, dat altijd zo voortvarend te werk ging op het gebied van het
vervoer, liet het dit keer afweten. Terwijl in andere steden al vele autowegen
ondergronds werden aangelegd, bleef tot aan het eind van de vorige eeuw het
gehele wegenplan gelijkvloers. Er waren wel grootse plannen met een brede
verkeersweg dwars door hartje Den Haag, maar die werden nimmer tot uitvoering
gebracht. Het gebouwde Schenkviaduct werd zelfs weer voor een groot gedeelte
afgebroken en toen kwam de Haagse gemeenteraad met het voorstel de tram in het
centrum ondergronds te brengen. Dit tot verbazing van velen, want elders werden
ondergrondse autowegen aangelegd.
Hoe kon de Haagse gemeenteraad nu de tram uit het centrum halen? De tram,
waar iedere Hagenaar mee opgegroeid is. De tram, die minder ongelukken
veroorzaakte dan de vele particuliere auto’s. Maar de Haagse gemeenteraad wist
het allemaal beter en ter voorkoming van de economische ramp bij de aanleg van
de ondergrondse spoorweg in Rotterdam en Amsterdam, werd gekozen voor een
nieuwe vorm van boren, welke elders nog nimmer goed uitgeprobeerd was. Er werd
een aannemerscombinatie gevormd met de naam ’Tramkom’. Al hoewel de naam anders
doet vermoeden, had de HTM slechts een kleine inbreng bij de werkzaamheden. De
HTM zou eerst goed ingeschakeld worden zodra rails en bovenleiding gelegd moest
worden.
U kent de bouwgeschiedenis van de ondergrondse tramtunnel. Het was
waarschijnlijk allemaal sneller en goedkoper geworden indien de ouderwetse
methode van het uitgraven en daarna gemonteerde stukken tunnel laten zaken,
zoals onder andere in Rotterdam werd gedaan. Men had ook de methode kunnen
gebruiken zoals de treintunnel onder het Groene Hart werd aangelegd door middel
van een boormachine met daaraan gekoppeld een fabriek, welke ieder geboord gat
direct stutte en afsloot. Om in spelterm te zeggen: Het is nu allemaal
nakaarten. Vast staat in ieder geval dat er nu een tunnelbuis ligt onder het
centrum van Den Haag, welke niet meer zweeft en lekt, waardoor dus niet bij de
entree van de tramlijnen 2,3 en 6 een bordje komt te hangen met daarop:
’Zwemdiploma verplicht’.
Zaterdag 16 oktober 2004 werd de tramtunnel met veel feest geopend worden
door verkeersminister Karla Peijs en die dag liet de HTM aan ieder die het zien
wilde dat het bedrijf een van de oudste en modernste trambedrijven is en
bovengronds was al het electrisch materieel vanaf 1904 te zien zijn dat door
het museumbeheer niet tot schroot vermalen werd. Dat was smullen voor de
tramliefhebber: 30 historische trams met een lengte van 1200 meter.
Den Haag, de Hofstad en zetel van de regering, heeft vele slagen gemist in
de strijd om goed openbaar vervoer zoals een directe aansluiting op de hoge
snelheidslijn, maar heeft nu wel een eigen ondergrondse, ook al is dat een
bovengrondse tram, welke eventjes ondergronds gaat rijden zoals bijvoorbeeld
ook in Antwerpen te beleven valt.