Menig burger voelde zich als een vorst in de trein,
een echte vorst stapte zelden in een trein.
Door Joop Peeters.
REGIO. Vorstelijke personen maakten in het verleden en
ook thans slechts weinig gebruik van het openbaar vervoer. Ze hadden en hebben
hun eigen vervoer. Toch beijverden spoorwegdirecties zich om in het geval
'dat' te zorgen voor gepast vervoer voor
gekroonde hoofden en hun gevolg. In de landen met een regerend vorstenhuis hebben alle spoorwegmaatschappijen een
speciale koninklijk trein, bestaande uit enige salonwagens. Af en toe moeten
die salonwagens vervangen worden, niet vanwege slijtage door gebruik, maar door
stilstand.
Koningin Victoria van Engeland is in de 19e eeuw een van
de weinige vorstinnen, die regelmatig gebruik maakt van haar koninklijke trein.
Ieder gekroond staatshoofd en dat waren er in die tijd nog heel veel werd bij
een statiebezoek aan die machtige koningin vervoerd per rail. De oorzaak
daarvan kan gevonden worden in de trots dat het railvervoer uitgevonden werd in
Engeland en mede door die statiebezoeken, die ook veelal familiebezoeken waren,
verspreidde zich het Engelse railvervoer
over heel Europa. Soms zelfs nauwkeurig gekopi‰erd zodat zelfs het links rijden
werd overgenomen, terwijl toen al in heel Europa met uitzondering van Zweden
rechts rijden van het verkeer gebruikelijk was.
Ons vorstenhuis heeft in de loop der tijden maar weinig
gebruik gemaakt van het openbaar vervoer. Van koningin Emma is bekend dat zij
een kleine tramwegmaatschappij gesteund heeft. Het was de Soester
Paardentramweg opgericht in november 1894. De lijn liep van Baarn langs de
rijksweg en via het particuliere domein van Emma langs Soestdijk naar Soest en
vandaar naar Amersfoort.. De lijn werd al na tien jaar weer opgeheven omdat de koningin-regentes
niet meer woonde in Soetsdijk.
Van koningin Wilhelmina is bekend, dat zij op 7 juni 1917
betrokken was bij een spoorwegongeluk. Die dag ontspoorde de trein, waaraan de
koninkljijke rijtuigen gekoppeld waren, tussen Houten en Schalkhaar. Uit het
verslag komt naar voren dat de koninklijke wagens niet ontspoorden en dat de
koningin zodra zij de indruk had dat aan de gewonden de nodige zorg was besteed
met haar gevolg overstapte in het restauratierijtuig en daarmee naar Utrecht
reisde te midden van andere reizigers.
Op 26 februari 1908 was koningin Wilhelmina betrokken bij
een tramongeval in Den Haag. Volgens het verslag van dit ongeval reed die dag
om even na ‚‚n uur een motorwagen van lijn 8 van de HTM komend uit Scheveningen
in de Parkstraat bij de hoek Oranjestraat. Er waren geen passagiers voor in- en
uitstappen en de tram reed met een matige snelheid verder. Uit de Oranjestraat
kwam een rijtuig, waarin koningin Wilhelmina en prins Hendrik gezetemn waren op
weg naar Scheveningen. De prins, die het rijtuig bestuurde , kon toen hij de
tram bemerkte nog naar rechts uitwijken en reed daarop rakelings voor de tram
over de trambaan, waarna het rijtuig moest uitwijken voor een van de tussen de
tramsporen staande leidingmasten en bekneld raakte tussen deze mast en de
linkerzijde van het voorbalcon van de tram en aan de achterzijde in elkaar
gedrukt werd. Als door een wonder kon het vorstelijk paar ongeschonden het wrak
van het lichte rijtuig verlaten. De bestuurder van de tram C. Reder werd direct
op het matje geroepen bij de directeur van de HTM en op staande voet ontslagen.
Hij kreeg geen enkele kans tot verweer en er werd ook niet uitgezocht bij wie
de schuld van het ernstige ongeval lag. Bij het nadere onderzoek van het
ongeval bleek echter dat bestuurder Reder door zijn energiek en kalm optreden
de snelheid van de tramwagen tijdig had weten te bedwingen door het in werking
stellen van de zandstrooier en door het gebruik van de elektrische rem en het
geven van tegenstroom.Maar dat hielp Reder niet veel. Hij was en bleef
ontslagen. Eerst nadat een brief van de
adjudant van de koningin gericht aan de directeur van de HTM, waarin de
adjudant op bevel van de prins meedeelde, dat deze geheel de schuld van het ongeval
op zich nam en dat deze de trambestuurder niet aangerekend kon worden, werd
Reder weer in dienst genomen door de HTM. Hij werd zelfs een held en kreeg een
gratificatie van 25 gulden. Op 25 maart 1908 kreeg hij uit handen van de
minister van Landbouw het ridderkruis van de Orde van Oranje Nassau. Die
minister van Landbouw was de anti-revolutionaire predikant-staatsman A.S.
Talma.
Er waren in het verleden nooit speciale koninklijke trams
of autobussen. Thans is er echter wel een officiele koninklijke autobus, waarin
de koningin en haar gevolg stappen voor officiele vieringen. Voor de officiele
koninklijke trein gaat op het spreekwoord: rust roest!
De foto toont een koninklijke trein in 1843 in Engeland,
waarbij op een goederenwagen ook het rijtuig van de vorst vervoerd wordt.