Achterstand regio-openbaar railvervoer:

Snel op weg naar modernisering.

Door Joop PEETERS.

REGIO. De taak van het openbaar vervoer is ieder mens van zijn eigen huis te vervoeren naar een gewenste bestemming. Tot halverwege de vorige eeuw was het openbaar vervoer veelal railvervoer. Trein en tram zorgden voor een op elkaar aansluitend netwerk. De trein bracht de passagier naar de steden en de tram bracht die passagier in het hart van de steden of werkgebieden zoals havens. Het openbaar vervoer kreeg in die tijd grote concurrentie van het eigen vervoer. De auto werd bereikbaar als eigen vervoer voor zeer velen en ondervond hinder van de tram. Wanneer die tram vervangen zou worden door autobussen, dan zou dit het verkeer in de diverse centra ten goede komen. Het betekende in deze regio het einde van de Blauwe Tram, maar het betekende ook het begin van overvolle straten en dat resulteerde weer in het autovrij maken van stadscentra en de opkomst van het autobusvervoer. Met uitzondering van de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag werd in heel Nederland de tram verbannen en opgeheven.  De geschiedenis heeft inmiddels geleerd dat het geen goede zaak was en dat de regio's van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag thans het beste openbaar vervoer hebben. Bestuurders kijken graag over de grens en zien Duitsland als een voorbeeld waar het railvervoer zorgt voor geriefelijk en snel openbaar vervoer. In Keulen en Dsseldorf vervoeren trams, wisselend boven- en ondergronds rijdend vanuit de regio passagiers naar het hart van de stad. Beide steden werden tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels verwoest, maar het hart van de steden werd veelal weer in de historische vorm herbouwd zoals de Altstadt van Dsseldorf. Maar dwars door die Altstadt rijden moderne trams, met soms vier wagons, met een rustig gangetje en zetten de passagiers voor de winkels af. Trams, die de gehele dag druk bezet zijn en gelegenheid bieden voor het meenemen van een fiets en bovendien trams met een zeer lage instap, waardoor er geen halteperrons nodig zijn. Er loopt slechts een railspoor door die straten, want de trams rijden een rondje door de Altstadt.

Vanuit de gemeenten, die samen de Leidse Regio vormen, zijn gemeenteraadsleden al op  studie' geweest in Duitsland en behoorlijk enthousiast teruggekeerd en zij zien voor de regio Leiden de Rijn-Gouwe-Lijn (RGL) als de oplossing. Helaas Leiden is een historisch gegroeide stad en zelfs de breedste straat (Breestraat) lijkt te smal voor de terugkeer van een tram en is zelfs te gering van omvang om al die autobussen zonder overlast voor fietsers en voetgangers te verwerken. Het stadsbestuur van Leiden heeft er doorheen gedrukt dat de RGL dwars door de binnenstad gaat rijden. Niet iedere burger is daar gelukkig mee en protestgroepen doen alle moeite om die tram tegen te houden. Om die moderne tram ruim baan te geven moeten alle autobussen verdreven worden uit de Breestraat en met uitzondering bij enige knelpunten moet de tram tweesporig worden.

De Voorschotense ingenieur Wouter Leeuwenburgh, tevens raadslid,  heeft al een plan ingediend om de RGL ondergronds aan te leggen. Technisch is dat allemaal mogelijk, het wordt wel een prijzige aanleg, maar in ieder geval een aanleg die de komende tientallen jaren de oplossing biedt voor de door autobussen en auto's verstikte binnenstad van Leiden. Een andere oplossing is de RGL door de binnenstad van Leiden enkelsporig aan te leggen in de vorm van een ringspoor.  Vanaf de Lammenschans komen de trams de stad binnen en rijden via het thans bestaande spoor de stad weer uit. Het mag ook omgekeerd gebeuren. Voorbeelden daarvan zijn te zien in diverse Duitse steden, waaronder Dsseldorf. Bij Lammenschans en centraal station kunnen dan overstapmogelijkheden of koppelingen gemaakt worden voor de RGL naar de omliggende gemeenten. In ieder geval wordt de gebruiker van het openbaar vervoer dan voor de deur van de winkel gebracht.

De gemiddelde burger van Leiden schijnt weinig interesse te hebben in de RGL. Vorig weekeinde was er een rijtuig van de RGL te zien op het centraal station en er kwamen nauwelijks twee honderd belangstellenden. Leiden was vanouds de centrumgemeente voor de omliggende dorpen en thans zoeken vele dorpelingen voor de aankoop van duurzame artikelen de ruimte op, waar winkels wel goed bereikbaar zijn met openbaar en eigen vervoer. De RGL kan de redding van de stad Leiden zijn, maar dient dan niet aangelegd te worden zoals eenmaal de Blauwe Tram werd aangelegd, maar modern, dus ondergronds of via een ringspoor en voorzien van laagdrempelige instap zoals de rijtuigen van de huidige RGL tussen Gouda en Alphen. De RGL is belangrijk voor de hele regio en kan ervoor zorgen dat de achterstand van het openbaar vervoer met ‚‚n klap verholpen wordt.

Hier past een foto bij uit de twintigerjaren van de vorige eeuw, waar in de brede straat van Leiden electrische en paardentram elkaar ontmoeten voor het stadhuis..