Het patronaatsrecht.

De Heer van Duivenvoorde was niet alleen tijdens de Middeleeuwen de man, die vrijwel alle wereldse zaken regelde, maar ook in kerkelijke aangelegenheden. Het is weer Dr. J.L. van der Gouw, die dat alles neergeschreven heeft onder het hoofdstuk : Patronaatsrecht. Voor Voorschoten wordt dit recht het eerst genoemd onder de aankopen van Jan van Duvenvoorde in 1615, maar het is zeker ook door de Van Wassenaers tevoren steeds uitgeoefend. Het is een recht, dat men patrimonieel zou kunnen noemen, toekomend aan degene, die de kerk heeft gesticht op eigen grond en de priesterlijke bemanning uit eigen goederen van de nodige inkomsten heeft voorzien. Het recht blijft bij de erfgenamen van de stichter ook al worden de kerkelijke en pastoriegoederen door latere vrome schenkingen van anderen sterk vermeerderd. Het recht bestaat allereerst uit een beslissende stem in het beheer van kerkelijke goederen en het later daarvan dikwijls losgeraakte collatierecht dat is de bevoegdheid om een priester bij de bisschop voor te dragen. Ten aanzien van het beheer van de kerkelijke goederen heeft de reformatie de positie van de Heer slechts versterkt door het wegvallen van het bisschoppelijk gezag, dat voordien mede een belangrijke stem had. Het dagelijks beheer van alle kerkelijke goederen wordt gevoerd door de schout, tevens rentmeester, geassisteerd door drie door de Heer aangewezen kerkmeesters. Voor alle transacties hebben zij de machtiging van de Heer nodig, die ook met uitsluiting van iedereen de rekening afhoort en sluit.

Was in de middeleeuwen het collatierecht een recht tot voordracht, na de in 1572 te Voorschoten doorgevoerde kerkhervorming werd de predikant feitelijk door de Heer benoemd. De beroepingsbrief stond op naam van de Heer en er blijkt soms uit dat hij persoonlijk als hoorcommissie had gefungeerd. De acceptatie van de kerkeraad en de classis van Neder-Rhijnland waren loze, nimmer geweigerde formaliteiten. De Heer beslist over emeritaat, beroepingskosten, gebruik van pastorie en neemt in 1715 de dorpsdominee als hofprediker mee tijdens een belangrijke reis naar Engeland. De verkiezing van een kerkeraadslid, de vergroting van de kerkeraad, het afsluiten van de diaconierekening, een uitstel van het H.Avondmaal kan alleen met de goedkeuring van de ambachtsheer tevens kerkpatroon, die ook beslist wanneer twijfel rijst over de vraag of een bepaalde buurt tot de parochie behoort. Dit politiek toezicht over de hervormde kerk trachtte hij in 1714 bij gelegenheid van een geschil tussen de pastoor van de roomse schuurkerk met een paar van zijn parochianen ook uit te strekken tot de roomse kerk en parochie, echter zonder succes.

De omwenteling van 1795 (Franse tijd) tast het gezag van de Heer van Duivenvoorde slechts tijdelijk aan. In 1814 wordt het in volle omvang hersteld; de rentmeester van Duivenvoorde treed in de kerkeraad en beheerscommissie op als vertegenwoordiger van de Heer van Duivenvoorde. In de beheerscommissie, die sinds 1869 kerkvoogdij wordt genoemd, is tenslotte het kerkpatronaat versmolten met het voorzitterschap. Van 1836 tot 1955 is het presidium onafgebroken bekleed door de drie achtereenvolgende heren van Duivenvoorde.

Na de opheffing van de heerlijke rechten in 1848 bleef het collatierecht, dat daarvoor al betwist werd, in beperkte mate bestaan: de collator dus de president-kerkvoogde, die nog steeds ambachtsheer wordt genoemd , kiest uit een door de kerkeraad aangeboden tweetal predikanten. De Grondwet van 1922 heeft aan dit recht een einde gemaakt.

Een nauwgezette bestudering van de locale kerkgeschiedenis van Voorschoten toont aan, dat het patronaatsrecht en het collatierecht zeer ten gunste van de kerk heeft gewerkt. Het is zonder conflicten langs zeer geleidelijke weg in moderne kerkelijke bestuursvorm opgegaan.

Na de laatst uitgevoerde restauratie van het interieur van de dorpskerk zijn in de banken voor de ambtsdragers nog twee kleine wapens te zien van de Heren van Duivenvoorde. Bij de restauratie in de 60-er jaren van de vorige eeuw werd de hoek van de Heer van Duivenvoorde met eigen banken en gordijnen al op de schoothoop gegooid.

De horigheid van Voorschoten aan de Heren van Duivenvoorde heeft het dorp in zijn algemeenheid veel positiefs opgeleverd.

Even Omkijken door Joop Peeters